Sunday, February 26, 2017
   
Text Size

Dutch

Emergencies

ENGLISH Dutch
HELP! HELP!
Does anyone speak English? Spreekt hier iemand engels?
It's an emergency! Dit is een noodgeval!
There's been an accident! Er is een ongeluk gebeurt!
Call a doctor! Bel een doctor!
Call an ambulance! Bel een ziekenwagen!
I've been raped Ik ben verkracht
I've been robbed Ik ben bestolen geweest
Call the police! Bel de politie!
Where is the police station? Waar is het politiebureau?
Go away! Ga weg!
I'll call the police! Ik zal de politie bellen!
Thief! Dief!
I'm / my friend is ill Ik ben / mijn vriend is ziek!
I'm lost Ik ben verloren
Could you help me please? Kunt u me helpen alstublieft?
I didn't realise I was doing anything wrong Ik bestefte niet, van wat ik deed dat het verkeerd was.
I didn't do it Ik heb dat niet gedaan
I wish to contact my embassy / consulate Ik zou graag mijn ambasade/consulaat willen contacteren!
I have medical insurance Ik heb een medisch verzekering
My possessions are insured Mijn bezittingen zijn verzekerd.
My … was stolen Mijn … was gestolen
I've lost my bag Ik ben mijn tas verloren
I've lost my wallet Ik ben mijn portefeuille verloren
I've lost my passort Ik ben mijn paspoort verloren

Basic

ENGLISH Dutch
Hello Hallo
Goodbye Vaarwel
Yes Ja
No Nee
Please Alstublieft
Thanks Bedankt
You're welcome U bent welkom
Excuse me Mijn excuses
Sorry Sorry
I'd like… Ik zou graag …
Good morning Goedemorgen
Good evening Goedeavond
Good night Goedenacht
This Dit
One second! Een secondje!
Wait! Wacht!
It's (not) important Het is (niet) belangrijk
It's (not) possible Het is (niet) mogelijk
I don't mind Het geeft me niet
I don't know Ik weet het niet
With / Without Met / zonder
I have a problem Ik heb een probleem
Cheap Goedkoop
Expensive Duur
I'd like to change money Ik zou graag geld wisselen
I'd like to send a letter Ik zou graag een brief sturen
I don't like it Ik hou daar niet van
I'm just looking Ik kijk enkel maar

Language

ENGLISH Dutch
I speak… Ik spreek …
Do you speak…? Spreekt u …?
I don´t speak XXXX. Ik spreek geen … .
I speak a little I k spreek een beetje
I understand Ik versta het
I don't understand Ik versta het niet
Could you speak slower? Kunt u een beetje trager spreken? Alstublieft
Could you repeat that? Kunt u dat alstublieft nog eens herhalen?
How do you say…? Hoe zegt u …?
What does … mean? What bedoelt u met …?

Adressing

ENGLISH Dutch
I / me Ik / mij
You Jij
She Zij
He Hij
It Het
We / us Wij
You U
They Hen
You (polite) U
Mrs Mevrouw
Mr Meneer
Miss Jongedame
Companion / Friend Vriend

Questions

ENGLISH Dutch
Do you speak English? Spreekt u engels ?
How much is it? Hoeveel is het?
What's the time? Hoelaat is het?
What's the date today? Welke datum zijn we vandaag?
Where is ... ? Waar is …?
May I…? Mag ik …?
Is it possible to…? Is het mogelijk om …?
Do you know…? Weet u … ?
Is this seat free? Is deze zetel vrij?
Is there a lift? Is er een lift?
Where is the bathroom? Waar is de badkamer?
Do you have a public telephone? Hebt u een publieke telefoon?
Can I use your telephone? Zou ik u telefoon eens mogen gebruiken?
How much does it cost to get in? Hoeveel kost het om het te krijgen?
What time does… arrive / leave? Om welk uur komt … aan /vertrekt …?
Can I park here? How long? Zou ik hier kunnen parkeren? En hoe lang?
Does this road take to…? Brengt deze baan me naar … ?
What is the addres? Wat is het adres?
Could you write the address? Kunt u het adres eens opschrijven?
Can I have the bill? Zou u mij de rekening eens kunnen geven?
Do you have a padlock? Hebt u een hangslot?
What time do you open / close? Om welk uur open/ sluit u ?
Can I have some change? Zou ik wisselgeld kunnen krijgen?
Can I take pictures here? Zou ik foto's kunnen maken?
Can I talk with (the owner)? Zou ik met de eigenaar kunnen praten?
Where can I buy…? Waar zou ik … kunnen kopen?
Do you have a map? Hebt u een map?
Where can I go tonight? Waar zou ik kunnen gaan vanavond?
What is that? Wat is dat?
Is there good weather? Is het goed weer daar?
Am I allowed to camp here? Zou ik hier mogen camperen?
Do you have something else? Hebt u iets anders?
Do you accept credit cards? Aanvaard u hier kredietkaarten
How much is it to process a film? Hoeveel is het om een filmrolletje te ontwikkelen?
Do you have a light? Hebt u een vuurtje voor mijn?
Do you mind if I smoke? Geeft het dat ik hier rook?
Can I smoke here? Zou ik hier kunnen roken?

People

ENGLISH Dutch
What´s your name? Wat is u naam?
My name is... Mijn naam is…
Pleased to meet you. Leuk u te ontmoeten.
How are you? Hoe gaat het ermee?
I'm fine, and you? Alles goed, en met u?
Where are you from? Van waar bent u?
I´m from... Ik ben van …
What work do you do? Wat doet u voor werk?
I'm a… Ik ben een …
I work Ik werk
I study Ik studeer
How old are you? Hoe oud ben u?
I'm … years old. Ik ben … jaar oud.
When is your birthday? Wanneer is u verjaardag?
What's your religion? Wat is u geloof?
I'm not religious Ik ben niet gelovig

Family

ENGLISH Dutch
Are you married? Bent u getrouwd?
I'm married Ik ben getrouwd
I'm single Ik ben vrijgezel
I'm in a relationship Ik heb een relatie
How many children do you have? Hoeveel kinderen hebt u?
How many brothers/sisters do you have? Hoeveel broers en zussen hebt u?
Do you have a boy/girlfriend? Hebt u een lief?
Brother Broer
Sister Zus
Daughter Dochter
Son Zoon
Children Kinderen
Father Vader
Mother Moeder
Parents Ouders
Grandfather Grootvader
Grandmother Grootmoeder
Husband Echtgenoot
Wife Vrouw
Partner Partner

Moving

ENGLISH Dutch
Bicicle Fiets
Boat Boot
Bus Bus
By foot Te voet
Car Auto
Motorbike Motor
Plane Vliegtuig
Taxi Taxi
Train Trein
Tram Tram
How much it is to go to…? Hoeveel is het naar … ?
Do I get a discount? Krijg ik korting?
Do I have to book a ticket? Moet ik een ticket boeken?
What time is the … to…? Om welk uur is de … naar …?
How long does it take? Hoelang duurt het?
From where do I get it? Van waar geraak ik daar?
What direction? Welke richting?
Do I have to change? Moet ik ergens overstappen?
I'd like a ticket to… Ik zou graag een ticket hebben naar …
One-way ticket Enkel ticket
Return ticket Heen en terug ticket
Student's fare Studenten tarief
Child's fare Kinder tarief
Pensioner's fare Senioren tarief
1st class Eerste klas
2nd class Tweede klas
The cheapest ticket Het goedkoopste ticket
First Eerst
Next Volgende
Last Laatste
Where do I have to get off? Waar moet ik afstappen?
Could you let me know when we get to…? Zou u me kunnen vertellen wanneer we in ... zijn?
I want to get off! Ik zou willen afstappen!
The train is delayed / canceled De train is met vertraging/ is geannuleerd

Directions

ENGLISH Dutch
What is this street / neighbourhood? Welke straat/buurt is dit?
How do you get to ... ? Hoe geraak ik in … ?
Is it far / near from…? Is het ver/in de buurt van …?
Can you show me (on the map)? Zou u het willen tonen op de kaart?
Can I walk there? Kan ik naar daar wandelen?
Which bus goes to ...? Welek bus gaat er naar … ?
Are there other means of getting there? Zijn er andere mogelijkheden om daar te geraken?
Here Hier
Go straight ahead Altijd recht door
Turn left Naar links
Turn right Naar rechts
Behind Achteraan
Next to Naast
Opposite Tegengestelde
In front of Voor
Up / Above Naar boven
Down / Under Beneden
Far Ver
Near Dicht

Feelings

ENGLISH Dutch
I like Ik heb graag
I don't like Ik hou niet van
I want Ik wil
I don't want Ik wil niet
I'm well Ik voel me goed
I'm cold Ik heb het koud
I'm hot Ik heb het warm
I'm hungry Ik heb honger
I'm thirsty Ik heb dorst
I'm tired Ik ben moe
I'm sleepy Ik ben slaperig
I'm lost Ik ben verloren
I'm in a hurry Ik ben gehaast
I'm angry Ik ben boos
I'm happy Ik ben gelukkig
I'm sad Ik ben triestig
I'm worried Ik ben ongerust
I'm right Ik heb gelijk
I was wrong Ik was verkeerd

Signs

ENGLISH Dutch
Open / Closed Open / gesloten
Prohibited Verboden
No entry Geen toegang
Entrance Ingang
Exit Uitgang
Information Informatia
Free Admission Vrije toegang
Telephone Telefoon
No smoking Verboden te roken
Reserved Gereserveerd
Emergency Exit Nooduitgang
Toilets Toilets
Hot / Cold Heet / koud
Timetable Uurrooster
Subway Ondergrond
Station Station
Stop Stop
Ticket Office Verkooppunt voor ticketten
Departures Vertrek
Arrivals Aankomst
Border Grens
Customs Douane
Change Wisselen
Platform number Perron nummer
Lost and Found Verloren / gevonden
Garage Garage
Petrol Station Benzine station
Self Service Doe het zelf
Ice Ijzel
Mechanic Mechanica
Unleaded Loodvrij
Normal leaded Super
Super leaded Super
Freeway Autosnelweg
Stop Stop
Roadworks Wegewerken
One way Enkele richting

Paperwork

ENGLISH Dutch
Name Naam
Surname Achternaam
Sex (male/female) Geslacht (man/vrouw)
Date of birth Geboortedatum
Place of birth Geboorteplaats
Age Leeftijd
Marital Status Burgelijke staat
Nationality Nationaliteit
Address Adres
Identification Identificatie
Passport Paspoort
Visa Visum
Profession Beroep
Religion Geloof
Reason for travel Reden van de reis
Driver's licence Rijbewijs
Birth Certificate Geboortebewijs
Car registration Auto registratie
Make of car Bouwjaar

Accomodation

ENGLISH Dutch
Hotel Hotel
Appartment Appartement
Hostel Herberg
Youth hostel Jeugdherberg
Cheap Goedkoop
Good Goed
Nearby Dichtbij
Do you have free rooms? Hebt u kamers vrij?
I'd like a room Ik zou graag een kamer hebben
Single room Enkele kamer
Double room Dubbele kamer
To share a dorm Het delen van een studentehuis
I will stay for … days Ik zal … dagen blijven
We're full We zijn volzet
How many nights? Hoeveel nachten?
How much is it per night / per person? Hoeveel is het per nacht/ per persoon?
Is there anything cheaper? Is er niets goedkoper?
Can I see it? Zou ik het mogen zien?
Does it include breakfast / dinner? Is dit inclusief ontbijt/ avondeten?
OK. I'll take it OK, ik neem het!
Room number Kamernummer
Key Sleutel

At the Doctor

ENGLISH Dutch
I'm sick Ik ben ziek
My friend is sick Mijn vriend is ziek
Could I see a female doctor? Is het mogelijk om een vrouwelijke dokter te hebben?
This hurts Dit doet pijn
I'm pregnant Ik ben zwanger
I'm on the pill Ik neem de pil
I haven't had my period for … months Ik heb in … maanden nog geen maandstonden gekregen
I have been vaccinated Ik ben gevactineerd geweest
I have my own syringe Ik heb mijn eigen spuit
I feel better / worse Ik voel me beter / slechter
accident Ongeval
addiction Verslaving
anitibiotics Antibioticum
antiseptic Antisepticum
aspirin Aspirin
bandage Verband
blood test Bloed test
contraceptive Voorbehoedmiddel
injection Injectie
injury Verwonding
medicine Medicijnen
nausea Misselijkheid
oxygen Zuurstof
penicillin Penicilline
vitamins Vitamienen
I'm asmathic Ik heb ashma
I'm diabetic Ik ben diabetisch
I'm epileptic Ik heb epilitie
I'm allergic to Ik ben alergisch aan …
ankle Enkel
arm Arm
back Rug
chest Borst
ear Oor
eye Oog
finger Vinger
foot Voeten
hand Hand
head Hoofd
heart Hart
leg Been
mouth Mond
nose Neus
ribs Ribben
skin Huid
stomach Maag
teeth Tanden
throat Keel
allergy Allergie
anaemia Bloedarmoede
blister Bladderen
burn Verbrand
cold Verkoudheid
constipation Constipatie
cough Hoest
diarrhoea Diarree
fever Koorts
headache Hoodpijn
hepatitits hepatitits
indigestion Indigestie
infection Infectie
influenza Influenza
lice Luizen
low/high blood pressure Lage / hoge bloedruk
sore throat Zere keel
sprain verstuikt
stomachache Maagpijn
sunburn Verbrand
a tootache Tandpijn
venereal disease Geslachtsziekte
aids AIDS
I need medication for Ik heb medicijnen nodig voor …
I have a prescription Ik heb mijn voorschrift
please give me an anaesthetic Geef me alstublieft iets verdovend

TIME

1. Day

ENGLISH Dutch
Sunrise Zonsopgang
Early Vroeg
Morning Ochtend
Noon Middag
Afternoon Namiddag
Sunset Zonsondergang
Night Nacht
Midnight Middernacht
Yesterday Gisteren
Today Vandaag
Tomorrow Morgen
Last Overlaatst
This Dit
Next Volgende

2. Week

ENGLISH Dutch
Monday Maandag
Tuesday Dinsdag
Wednesday Woensdag
Thursday Donderdag
Friday Vrijdag
Saturday Zaterdag
Sunday Zondag

3. Year

ENGLISH Dutch
Month Maand
January Januari
February Februari
March Maart
April April
May Mei
June Juni
July Juli
August Augustus
September September
October Oktober
November November
December December

4. Seasons

ENGLISH Dutch
Summer Zomer
Autumm Herfst
Winter Winter
Spring Lente

Numbers

ENGLISH Dutch
Zero Nul
One Één
Two Twee
Tree Drie
Four Vier
Five Vijf
Six Zes
Seven Zeven
Eight Acht
Nine Negen
Ten Tien
Twenty Twintig
Thirty Dertig
Fourty Veertig
Fifty Vijftig
Sixty Zestig
Seventy Zeventig
Eighty Tachtig
Ninety Negentig
One hundred Honderd
One thousand Duizend
One million Miljoen

Places

ENGLISH Dutch
Bank Bank
Bar Bar
Beach Strand
Camping Camping
Castle Kasteel
Cathedral Kathedraal
Chemist Scheikunde
Church Kerk
Cinema Bioscoop
Concert Concert
Dentist Tandarts
Disco Discotheek
Doctor Dokter
Hospital Ziekenhuis
Hotel Hotel
Internet café Internet Café
Laundry Droogkuis
Library Bibliotheek
Market Markt
Monastery Klooster
Monument Monument
Mosque Moskee
Old city Oude stad
Opera house Opera gebouw
Palace Paleis
Petrol Station Benzinestation
Police Station Politiebureau
Post Office Postkantoor
Rent a car Autoverhuur
Restaurant Restaurant
Room Kamer
Ruins Ruine
Sport center Sport centrum
Square Plein
Stadium Stadium
Statues Standbeelden
Synagogue Synagoge
Temple Tempel
Theater Theater
Toilet Toilet
Tourism Office Toeristen kantoor
University Universiteit

Food

1. General

ENGLISH Dutch
Bread Brood
Breakfast Ontbijt
Cup Tas
Dessert Dessert
Dinner Avondeten
Drinks Drank
Fork Vork
Fresh Vers
Glass Glas
Knife Mes
Lunch Middageten
Menu Menu
Plate Dienschotel
Spicy Gekruid
Spoiled Verwend
Spoon Lepel
Starter Apperitief
Sweet Zoet
Table Tafel
Teaspoon Theelepel
Toothpick Tandenstoker
Vegetarian Vegetarisch

2. Food

ENGLISH Dutch
Butter Boter
Cereals Granen
Cheese Kaas
Chocolate Chocolade
Egg Ei
Flour Bloem
Icecream Ijscreme
Jam Jam
Oil Olie
Pasta Deegwaren
Rice Rijst
Sugar Suiker
Toast Toast
Yoghurt Yoghurt

3. Meat

ENGLISH Dutch
Beef Rundvlees
Chicken Kip
Ham Ham
Liver Lever
Minced meat Gehakt
Pork Varken
Sausage Saus
Steak Steak

4. Seafood

ENGLISH Dutch
Fish Vis
Hake Zeeharing
Herring Haring
Salmon Zalm
Shrimp Garnaal
Sole Tong

5. Vegetables

ENGLISH Dutch
Aubergine Aubergine
Cabbage Kool
Carrot Wortel
Cucumber komkommer
Garlic Knoflook
Lettuce Sla
Mushroom Champignon
Onion Ui
Pea Erwt
Potato Aardappel
Swede Koolraap
Tomato Tomaat
Zucchini Courgette

6. Fruit

ENGLISH Dutch
Apple Appel
Banana Banaan
Grapes Druiven
Lemon Citroen
Melon Meloen
Orange Appelsien
Pear Peer
Pineaple Ananas
Strawberry Aardbei
Watermelon Watermeloen

7. Cooked Dishes

ENGLISH Dutch
French fries schaaldieren
Meatballs Vleesballen
Omelette Omelet
Pan-fried food Gefrituurd etem
Pie Taart
Roll Broodje
Salad Salade
Sandwich Belegde boterham
Sauce Saus
Scalloped food Schaaldieren
Soup Soep

8. Drinks

ENGLISH Dutch
Coffee Koffie
Hot chocolate Warme chocolademelk
Iced water Koud water
Juice fresh / bottled Verse vruchtensap /in een fles
Milk Melk
Soda Soda
Soft drink Frisdranken
Soured milk Zure melk
Sparkling water Bruisend water
Water water

9. Alcoholic Drinks

ENGLISH Dutch
Beer Bier
Cocktail Cocktail
Light beer Alcoholvrij Bier
Mixed Mix
Wine red/white/rose Rode, witte wijn en rose

THINGS

1. On the street

ENGLISH Dutch
Ashtray assenbak
Bookshop boekenwinkel
Market markt
Pharmacy apotheker
Shop winkel
Supermarket supermarkt

2. Grocery

ENGLISH Dutch
Batteries Batterij
Matches Lucifers
Soap Zeep
Washing powder Waspoeder

3. Clothes

ENGLISH Dutch
Dress Kleed
Jacket Jas
Jumper Trui
Shirt Hemd
Shoes Schoenen
Skirt Rok
Trousers Broek
T-shirt T-shirt

4. Toileteries

ENGLISH Dutch
Comb Kam
Condoms Condomen
Cream Crème
Deodorant Deodorant
Hairbrush Borstel
Razor Scheermachine
Sanitary napkins Verfrisdoekje
Shaving cream Scheercreme
Tampons Tampons
Tissues Doekjes
Toilet paper Toiletpapier
Toothbrush Tanden borstel
Toothpaste Tandpasta

5. Kiosk

ENGLISH Dutch
Camera Fototoestel
Cigarrete papers Blaadjes
Cigarretes Sigaretten
Film Film
Filtered Filters
Lighter Aansteker
Map Map
Newspaper Krant
Paper Papier
Pen Pen
Scissors Schaar
Tobacco Tabac

6. Camping

ENGLISH Dutch
Backpack Rugzak
Can opener Blikopener
Gas cartridge Bus gas
Mattress Matras
Rope Koord
Sleeping bag Slaapzak
Stove Fornuis
Tent Tent

Quantities and sizes

ENGLISH Dutch
Enough Genoeg
A little Een beetje
Double Dubbel
Some Een beetje
Few Enkele
Much Veel
Too much Teveel
Less Minder
More Meer
Many Veel
Once Enkel
Pair Paar
Twice Twee keer
Small Smal
Big Groot
Heavy Zwaar
Light Licht
Restore Default Settings